Een ramp voor de Vechtstreek - 1672-1673
25.00

Op werkdagen voor 23.00 uur besteld, volgende dag in huis

Tijdens het rampjaar (1672-1673) viel een groot Frans leger de Nederlandse Republiek binnen. De Staten-Generaal begonnen direct met onderhandelingen. Die tijd gebruikten de Hollandse regenten om een waterlinie te realiseren die van Muiden tot aan de Biesbosch liep. Alhoewel eerder gebruikt, was water als verdedigingswapen nog nooit op zo’n grote schaal ingezet. Omdat de waterlinie dwars door de Vechtstreek liep, veranderde deze regio in één klap in de frontlinie. Gedetailleerd beschrijft Daan Wolfert waarom steden als Muiden en Weesp niet bezet werden, maar ook hoe groot de ellende was in dorpen als Loenen, Breukelen, Abcoude en Waverveen, die wel te maken kregen met de Franse tirannie. Nadat de opmars van de Fransen gestopt was, veranderden de gevechtstactieken. Zo was er alleen nog bij de verovering van Naarden een grote veldslag, maar er waren regelmatig strafexpedities van Franse militairen en prikacties van kleine groepjes Staatse soldaten. De bewoners van de Vechtstreek werden geconfronteerd met plunderingen, brandschattingen en verwoestingen. Toen de Fransen afdropen, lieten ze een verlaten, geblakerde en kaalgeplukte Vechtstreek achter. Daan Wolfert (1947) heeft als docent Nederlands in Utrecht en Maarssen altijd veel interesse gehad in geschiedenis. Vanaf zijn pensionering is hij vrijwilliger in Museum Slot Zuylen als gids en ook als auteur en redactielid van het Vriendenmagazine. Samen met zijn vrouw woont hij al jaren op een woonark in de Vecht.

0 | 0