Op z'n laatst in november
25.00

Nog niet verschenen, verwacht vanaf 8-2-2023

Berthold Möncken, schrijver, en Marianne Helldegen, de echtgenote van een rijke ondernemer, ontmoeten elkaar voor het eerst bij de uitreiking van een literatuurprijs. Ze voelen zich onweerstaanbaar tot elkaar aangetrokken. ‘Met u is het de moeite waard om te sterven,’ zegt Berthold na de plechtigheid. Marianne verlaat spontaan man en zoon om met de schrijver mee te gaan.

Maar leven met Berthold is totaal anders dan ze zich had voorgesteld. Hij heeft stilte en rust nodig om te schrijven en eist dat niemand zijn werk in de weg staat. Marianne voelt zich weer alleen, verlaten en verveeld; ze slentert door parken en musea om de tijd te doden. Zelfs met Berthold bereikt ze het langverwachte geluk niet. Maar ondanks alles is ze ook niet ongelukkig. Toch keert Marianne na twee maanden terug naar haar gezin en probeert zich in haar oude leven te schikken. Ze kan de schrijver echter niet vergeten. Als korte tijd later, in november, een toneelstuk van Berthold Möncken in de stad waar Marianne woont wordt opgevoerd, verschijnt de schrijver op de avond van de première dronken bij het huis van de Helldegens. En voor de tweede keer gaat Marianne met hem mee. Samen verdwijnen ze in de sneeuwnacht.

Op z'n laatst in november is een roman geschreven in zowel een poëtische stijl als in meesterlijke soberheid.

‘Liefde – geen verliefdheid – kost tijd; tijd om de ander te leren kennen, om de beweegredenen van zijn hart te begrijpen. Wie heeft er vandaag nog de tijd voor? Emoties hebben hun nuance verloren. Hoe kun je van een romanschrijver vragen dat hij het eeuwenoude en toch altijd fascinerende spel van de sublieme liefde weet te verbeelden? En toch is een Duitse auteur er nu in geslaagd om zo’n “onrealistische” (in positieve zin) romance te schrijven, een boek tegen de stroom van de tijd in: Op z’n laatst in november van Hans Erich Nossack.’
– Die Zeit

Hans Erich Nossack (1901-1977) schreef gedichten, toneelstukken en proza. Op z’n laatst in november (1955) was zijn eerste roman. Hoewel hij zelf meer affiniteit met Kafka voelde, werd hij door Sartre ingelijfd bij het existentialisme en door critici bejubeld als ‘de Duitse Camus’. In 1961 kreeg hij de Georg-Büchner-Preis, een van de belangrijkste literaire prijzen in Duitsland.

In 2021 verscheen bij uitgeverij Oevers Nossacks roman Het onmogelijke bewijs:
‘Ik schenk dit bijzondere verhaal een 9,5.’ – Ruud Aret, boekhandel Post Scriptum.

0 | 0