Cees Nooteboom
Cees Nooteboom (1933-2026) trok in zijn jeugd na een opleiding in kloosterscholen liftend door Europa - een gebeurtenis die hij gebruikte voor zijn debuutroman Philip en de anderen (1955).
Een jaar later verschijnt zijn poeziedebuut De doden zoeken een huis. In 1956 begint hij ook aan een ander deel van zijn carriere, de reisjournalistiek.
Hij werkte voor Het Parool en maakte onder andere reportages over de opstand in Hongarije. Hij begon dan ook aan een grote serie reisverhalen voor Elsevier.
Drie jaar later stapte hij over naar de Volkskrant en vanaf 1968 vondt hij zijn eigen plek bij het glossy tijdschrift Avenue.
In 1963 worden zijn reisverhalen gebundeld onder de titel Een middag in Bruay, gevolgd door Een nacht in Tunesi? (1965) en Een avond in Isfahan (1978). Met Rituelen (1980, F. Bordewijkprijs en
de Amerikaanse Pegasusprijs voor de beste niet-Amerikaanse roman) brak Nooteboom door bij het grote publiek.
Recent verschenen van zijn hand de roman Paradijs verloren (2005) en Verleden als eigenschap (kronieken, 2008). Naast romans, po?zie en reisverhalen schreef hij ook enkele toneelstukken.
Zijn boeken werden in meer dan dertig talen vertaald.
Voor zijn gehele oeuvre ontving hij de Constantijn Huygensprijs (1992). In 2004 wordt Cees Nooteboom de P.C. Hooftprijs toegekend. Hij ontving in 2006 een eredoctoraat van de
Radboud Universiteit vanwege zijn veelzijdig literair oeuvre, dat diep geworteld is in de Europese cultuur en geschiedenis. In het najaar van 2009 ontving hij uit handen van koning Albert de
prestigieuze Prijs der Nederlandse Letteren, die een keer per drie jaar door de Nederlandse Taalunie wordt toegekend.
