Deskundigenbewijs in het strafproces
Deskundigenbewijs in het strafproces
Deskundigenbewijs in het strafproces
Deskundigenbewijs in het strafproces
34.95

1 - 2 Weken

In het Nederlandse strafproces wordt regelmatig gebruik gemaakt van deskundigenbewijs. De inzet van deskundigen in strafzaken is echter niet vanzelfsprekend. Gerechtelijke dwalingen, bijvoorbeeld in de Schiedammer Parkmoordzaak, roepen de vraag op of in het strafproces op de juiste manier met deskundigen wordt omgegaan. De informatie van deskundigen behoort er immers aan bij te dragen dat in het strafproces de juiste beslissingen worden genomen. Met de Wet deskundige in strafzaken heeft de wetgever gereageerd op de discussie over de omgang met deskundigenbewijs. Is de wetgever er in geslaagd het strafproces zo in richten dat deskundigenbewijs een zo groot mogelijke bijdrage kan leveren aan de kwaliteit van de beslissingen die in het strafproces worden genomen? Of kan de omgang met deskundigenbewijs nog worden verbeterd? In dit onderzoek worden enkele knelpunten geconstateerd bij de omgang met deskundigenbewijs in het Nederlandse strafproces. Daarom worden aanbevelingen voor verbeteringen gedaan, gebaseerd op de omgang met deskundigenbewijs in het Engelse strafproces en door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en op inzichten over de omgang met deskundigenbewijs uit de filosofie, sociologie en argumentatieleer. Rolf Hoving is docent en onderzoeker strafrecht bij de Rijksuniversiteit Groningen.

0 | 0